Minimumbezoldiging in een BV: voorwaarde voor 20% vennootschapsbelasting
Wie een BV opricht, stuit vroeg of laat op het begrip minimumbezoldiging. Het is geen verplichting om jezelf een bepaald loon uit te keren, maar een voorwaarde om te genieten van het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting. Wie die grens niet haalt, verliest het 20%-tarief op de eerste €100.000 belastbare winst en valt terug op het gewone tarief van 25%. Dit artikel legt uit wat dat concreet betekent, wanneer je er vrijstelling van krijgt en hoe het samenwerkt met je dividendstrategie.
Wat is de minimumbezoldiging?
De minimumbezoldiging is de ondergrens voor het loon dat een bedrijfsleider aan zichzelf moet toekennen om te voldoen aan één van de voorwaarden voor het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting. Ze is geen algemene loonverplichting — je kunt als bedrijfsleider in principe ook een lager loon nemen — maar wie dat doet, verliest het recht op het verlaagde tarief en betaalt 25% op de volledige belastbare winst van de vennootschap.
De regel bestaat om te vermijden dat bedrijfsleiders zichzelf nauwelijks een loon toekennen, alle winst in de vennootschap laten staan aan het lagere tarief, en zo een structureel belastingvoordeel opbouwen dat niet beantwoordt aan de economische realiteit van een actief bedrijf. De bedoeling is dat wie van het verlaagde tarief geniet, ook persoonlijk belast wordt op een reëel inkomen.
Hoeveel bedraagt het in 2026?
Het bedrag dat in 2026 door de simulatietool en door fiscale dienstverleners zoals SD Worx en SBB als richtlijn gehanteerd wordt, is €50.000 bruto per jaar, wat neerkomt op een maandloon van circa €4.167. Bij lagere resultaten volstaat een lager bedrag, maar de exacte technische toets hangt af van de belastbare basis vóór en na bezoldiging en is niet te herleiden tot een eenvoudige vuistregel. Laat dit berekenen door je boekhouder.
Wat als je er niet aan voldoet?
Wie niet voldoet aan de minimumbezoldigingsvoorwaarde verliest het verlaagde tarief van 20% op de eerste €100.000 belastbare winst. In dat geval geldt het normale tarief van 25% op de volledige belastbare winst — voor winsten boven €100.000 geldt dat tarief sowieso op het meerdere. Het is geen boete, maar een tariefverschuiving.
Of dat verschil van 5 procentpunt materieel is, hangt af van de winst in de vennootschap. Op €50.000 belastbare winst scheelt het €2.500 per jaar. Op €100.000 winst is het €5.000. Dat is het bedrag dat je afweegt tegenover de extra sociale bijdragen en personenbelasting die een hoger loon met zich meebrengt.
Rekenvoorbeeld: impact op de belastingdruk
Vereenvoudigd voorbeeld zonder gemeentebelasting, sociale bijdragen op loon of boekhoudkundige optimalisaties. BV met €90.000 omzet, €12.000 beroepskosten, loon €55.000 versus loon €30.000.
In het linkerscenario betaalt de vennootschap €4.600 VennB en beschikt de bedrijfsleider over €55.000 bruto loon plus €18.400 uitkeerbare winst. In het rechterscenario betaalt de vennootschap €12.000 VennB maar heeft de bedrijfsleider slechts €30.000 bruto loon plus €36.000 uitkeerbare winst. De totale belastingdruk hangt af van hoe en wanneer die winst uitgekeerd wordt en wat de impact op de personenbelasting van het loon is. De beste loonhoogte is geen universeel antwoord maar een berekening per situatie.
* Of loon €30.000 al dan niet voldoet aan de minimumbezoldigingstoets hangt af van de technische fiscale berekening op basis van het belastbaar resultaat. Gebruik dit voorbeeld uitsluitend om het tariefverschil te begrijpen, niet als toets voor je eigen situatie.
De startersvrijstelling
Startende kleine vennootschappen zijn de eerste vier belastbare tijdperken niet onderworpen aan de minimumbezoldigingsvoorwaarde voor het verlaagde tarief. Dat wil zeggen dat een pas opgerichte BV in de beginjaren 20% vennootschapsbelasting kan genieten op de eerste €100.000 winst, ook als de bedrijfsleider zichzelf een lager loon toekent dan het vereiste minimum.
Die vrijstelling heeft twee praktische gevolgen. Ten eerste geeft ze nieuwe bedrijfsleiders de ruimte om in de opbouwfase een lager loon te nemen zonder fiscale kost. Ten tweede maakt ze een BV voor starters met een voorspelbare maar nog beperkte omzet eerder haalbaar dan voor wie vanuit een bestaande hoge omzet overstapt.
Wanneer loont een lager loon toch?
De minimumbezoldiging legt een ondergrens voor het verlaagde tarief, maar dat betekent niet dat je altijd precies dat minimum moet nemen. Er zijn situaties waar een lager loon — en dus 25% VennB in plaats van 20% — toch de betere keuze is.
Dat is het geval als de winst in de vennootschap beperkt is en het verschil in VennB-tarief klein is. Stel dat de belastbare winst na loonaftrek slechts €10.000 bedraagt: het tariefverschil van 5% levert dan maar €500 per jaar op. Als een hoger loon de sociale bijdragen substantieel verhoogt, kan de extra kost groter zijn dan het gewonnen VennB-voordeel.
Een lager loon kan ook rationeel zijn als je de winst via de liquidatiereserve wil bufferen, of als je nog in de startersperiode zit en de vrijstelling van toepassing is. De optimale loonhoogte is dan ook geen vaste formule maar het resultaat van een berekening die loon, sociale bijdragen, VennB en dividendstrategie samenbrengt.
Wisselwerking met VVPR-bis en sociale bijdragen
De minimumbezoldiging staat niet los van de rest van je fiscale structuur. Ze raakt aan twee andere elementen: de sociale bijdragen en de uitkeerbare winst voor dividend.
Hogere bezoldiging betekent hogere sociale bijdragen als zelfstandige: 20,5% op de eerste schijf, dalend op hogere inkomens. Die bijdragen bouwen rechten op maar hebben een plafond. Of een hoger loon per saldo voordeliger is dan lagere sociale bijdragen gecombineerd met pensioenopbouw via IPT hangt af van je persoonlijke situatie — dit zijn twee aparte instrumenten die een andere afweging vragen.
De koppeling met VVPR-bis is indirect. VVPR-bis heeft eigen voorwaarden rond aandelen, inbreng en timing en is geen minimumbezoldigingsvereiste. Wie opzettelijk onder het minimum blijft en daarmee 25% in plaats van 20% VennB betaalt, heeft wel minder uitkeerbare winst beschikbaar. Minder winst na belasting betekent minder dividend — en dus minder voordeel uit het VVPR-bis-tarief, al blijft het regime zelf van toepassing.
Een voordeel alle aard zoals een bedrijfswagen telt in principe mee als deel van de bezoldiging voor de minimumbezoldigingstoets. Wie een wagen van de zaak heeft, kan daardoor met een lager nominaal loon toch aan de drempel geraken.
Conclusie
De minimumbezoldiging is een van de meest misverstane begrippen bij BV-oprichters. Het is geen verplichting om jezelf een bepaald loon te betalen, maar een voorwaarde voor een fiscaal voordeel. Wie er niet aan voldoet, betaalt gewoon het normale tarief van 25% VennB in plaats van het verlaagde tarief van 20%.
Of het de moeite is om aan die voorwaarde te voldoen, hangt af van hoe hoog de winst in je vennootschap is, wat een hoger loon kost aan sociale bijdragen en personenbelasting, en hoe je dividendstrategie eruitziet. Starters hebben het voordeel van de vrijstelling de eerste vier belastbare tijdperken, wat de druk wegneemt in de opbouwfase.
De simulatietool op Statuutcheck.be laat je de loonslider zelf bewegen en toont in real time wat de impact is op je netto inkomen als bedrijfsleider — inclusief VennB, sociale bijdragen en dividend.
Bereken jouw optimale loon
Pas de loonslider aan en zie meteen wat de impact is op je netto inkomen, vennootschapsbelasting en dividend. Indicatieve simulatie.
Start gratis simulatie →De informatie in dit artikel is indicatief en gebaseerd op de fiscale regels en ontwerpwijzigingen zoals gekend op 1 juni 2026. Het bedrag van €50.000 is gebaseerd op een wetsontwerp; de definitieve wettekst moet worden geverifieerd. VVPR-bis-tarief 18% geldt voor dividenden toegekend vanaf 1 juli 2026 (Programmawet gepubl. 1 juni 2026). Dit is geen fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg altijd een erkende boekhouder of belastingadviseur voor beslissingen over bezoldiging of vennootschapsstructuur. Statuutcheck.be is een handelsnaam van AP Vega BV (i.o.). Laatst nagekeken: 12 juni 2026.